Jan Beuving (1982) studeerde op aanmoediging van zijn decaan na de middelbare school wiskunde, want ‘als je de hele dag puzzeltjes wil oplossen zit er weinig anders op’. Dat is duidelijke taal en dus studeerde Jan, zij het pas 9 jaar later, af als Wetenschapshistoricus, na een bachelor in de wiskunde. Uit deze tijd heeft hij een innerlijke drang overgehouden om overal de logica achter te zoeken, alsmede een voorliefde voor ruitjesoverhemden.
De oude Grieken wisten al dat niets stilstond, maar alles stroomt. Al het water bijvoorbeeld stroomt naar de zee – maar toch raakt de zee niet vol. Dat komt natuurlijk omdat het water uit de zee weer verdampt, boven het land weer naar beneden komt als regen, zodat er ook wat te stromen blijft. Dat heeft de evolutie goed geregeld. Alles staat met elkaar in verbinding: de fictieve zetelaantallen van Geert Wilders en de voetbalkantinegesprekken; de gedichten van Willem Wilmink en de romans van Sandor Marai; de dorsvloer vol confetti en het evolutieprogramma van de VPRO. En al die zaken hebben één ding gemeen: als je maar goed genoeg kijkt zijn ze allemaal van een onontkoombare schoonheid.
Verbanden die aangehaald en schoonheden die bezongen moeten worden. En iemand moet het doen, om Boerstoel maar te citeren. En zolang niemand anders iemand wil zijn, doet Jan het maar. In de hoop een beetje orde in de chaos te scheppen. Al is het maar voor één moment.
-
Twitter
Facebook
































